• 8. Hoe sluit je aan bij de leerling?

    8. Hoe sluit je aan bij de leerling?

    Je kunt de test één-op-één, in een groep of klassikaal begeleiden. In dit hoofdstuk lees je een aantal tips om overzicht te bewaren in de testafname en om aan te sluiten bij de leerling.  

    Eén op één testen

    In de video in hoofdstuk 5 heb je gezien hoe het één-op-één begeleiden eraan toe gaat. Dit is een vrij overzichtelijke situatie.

    In een groep of klassikaal testen

    Als je de testafname klassikaal of in een groepje begeleidt, is het belangrijk om overzicht te houden. Dat doe je door alle handelingen in stapjes op te delen. Wacht telkens tot iedereen klaar is voor je doorgaat naar een nieuwe handeling. Gebruik hiervoor deze instructiekaart.

    Bij sommige handelingen is het belangrijk om extra goed te controleren of ze op de juiste manier uitgevoerd worden. Let goed op deze punten:

    • Komt de wattenstok diep genoeg (2,5 cm) in de neus?
    • Wordt de wattenstok lang genoeg (15 seconden) rondgedraaid in de neus?
    • Steekt de wattenstok diep genoeg in het buisje om te kunnen mengen met de vloeistof? De wat moet in de vloeistof zitten.
    • Wordt de wattenstok lang genoeg (15 seconden) rondgedraaid in het buisje terwijl de leerling in het buisje knijpt?
    • Wordt de wattenstok goed uitgeknepen?
    • Lukt het om 4 druppels op de testcassette te druppelen?

    Bij deze handelingen kijk je extra goed mee. Om overzicht te bewaren kun je ervoor kiezen om de handeling telkens door 3 leerlingen tegelijkertijd uit te laten voeren, zodat je op minder leerlingen tegelijkertijd hoeft te letten.

    Aansluiten bij de leerling

    Zorg ervoor dat je goed aansluit op het begripsniveau van degene die je begeleidt. 

    Voor leerlingen geldt over het algemeen:

    Sluit aan bij wat de leerling al weet

    Een leerling staat het meest open voor je uitleg als je aansluit bij wat hij al weet. De leerling is misschien al eerder getest in een GGD-testlocatie. Vraag hiernaar.

    Voorbeeld:

    Om de leerlingen te helpen begrijpen waarom veilig werken belangrijk is, kun je gebruik maken van wat de leerling al weet. Vraag bijvoorbeeld: ‘Wie weet hoe het coronavirus verspreid wordt?’ Er is vast een leerling die kan vertellen dat het virus zich verspreidt via druppeltjes. Complimenteer een goed antwoord. Stel een vervolgvraag: ‘Waar kunnen die druppels terecht komen?’ Haak hierop in: Je gaat dadelijk materiaal uit je neus halen. Dat materiaal kan virusdeeltjes bevatten en besmettelijk zijn. Daarom is het belangrijk om alles wat je gebruikt goed weg te gooien en als we klaar zijn niet alleen je handen, maar ook de tafel schoon te maken.

    Tempo en houding

    Zorg ervoor dat je op een rustig tempo en een ontspannen manier uitleg geeft. Er is veel om te vertellen! De hersenen kunnen niet veel informatie tegelijkertijd verwerken. Vertel niet te veel in één keer. Praat daarom rustig en geef gelegenheid om vragen te stellen. Herhaal wanneer nodig. Als je zelf ontspannen bent en dat uitstraalt, zul je merken dat leerlingen deze houding overnemen. Humor maakt luchtig! 

    Stel vragen

    Om te controleren of iedereen begrepen heeft wat de bedoeling is, kun je vragen stellen.

    Vraag bijvoorbeeld:

    • Wie weet nog tot hoever de wattenstok in de neus gaat?
    • Wat moet je doen bij een positieve testuitslag?

    Gebruik ook check vragen om te controleren of iemand hulp nodig heeft en of de handelingen gelukt zijn.

    Taal

    Vermijd moeilijke woorden of leg de moeilijke woorden uit. Let erop dat je alleen dát vertelt wat nodig is om de test af te nemen. De leerling krijgt al veel informatie in korte tijd! Gebruik actieve taal en korte zinnen. Dus niet: ‘Dan is het de bedoeling dat daarna de wattenstok in de neus gestoken wordt.’ Maar wel: ‘Steek daarna de wattenstok in je neus.’

    Antwoorden of parkeren

    Als het goed is heeft de leerling een les gevolgd ter voorbereiding op het zelftesten. Toch kan het zijn dat de leerling nog vragen heeft over het testen of over het coronavirus. Probeer de vraag zelf te beantwoorden. Als je het antwoord op een vraag niet weet kun je de leerling doorverwijzen naar de coronacoördinator, of de docent die de les over het zelftesten heeft verzorgd. Je kunt ook vragen of de leerling de vraag wil opzoeken op de website van de Rijksoverheid.

    Als er veel onverwachte vragen zijn, kan dat chaos creëren. Je kunt ervoor kiezen om een vraag te parkeren. Let er dan wel op dat je later terugkomt op de vraag! Zeg bijvoorbeeld: ‘Tijdens het wachten op de uitslag hebben we alle tijd om in te gaan op je vragen. Is het oké om er dan op terug te komen?’