• 1. Doel van het zelftesten

    1. Doel van het zelftesten

    In het voortgezet onderwijs worden zelftesten op twee manieren ingezet.

    1) Wanneer bekend is dat een leerling of medewerker van de school positief getest is op het coronavirus, wordt een brede groep leerlingen getest. Dat gebeurt altijd in overleg met de GGD. Het zelftesten gebeurt in dit geval op school, onder begeleiding. Het testen draagt bij aan het voorkomen van een (grotere) uitbraak.

    2) Ook worden zelftesten beschikbaar gesteld waarmee al het personeel (OP, OOP, stagiaires en zorgpersoneel) zich twee keer per week preventief kan testen. Dit gebeurt thuis. Door regelmatig te testen, kan een onverhoopte besmetting vroegtijdig worden opgespoord en kan een mogelijke grotere uitbraak worden voorkomen.

    Zelftesten zijn een aanvulling op het testbeleid van de overheid. Het bron- en contactonderzoek (BCO) van de GGD wordt nog steeds uitgevoerd, en contacten van een besmet persoon krijgen van de GGD het passende testadvies en eventueel een quarantaineadvies. Dit advies is altijd leidend.

    Met de inzet van zelftests in het onderwijs bestaat de kans dat een paar personen een positief testresultaat krijgen. Deze personen zijn dan waarschijnlijk besmet met het coronavirus. Doordat dit sneller bekend is, kunnen deze personen snel in thuisisolatie en een coronatest doen bij de GGD, om zeker te zijn dat de testuitslag klopt. Door het gebruik van de zelftests isoleren we snel een besmetting, worden aanvullende besmettingen voorkomen en is een uitbraak op of rondom de school minder waarschijnlijk. Hiermee verkleinen we de kans dat een hele klas of groep leerlingen naar huis moet worden gestuurd en zo zorgen we er samen voor dat het onderwijs zo veel mogelijk door kan gaan. Het zelftesten brengt daarnaast meer zekerheid en daarmee meer rust voor leraren, ondersteunend personeel, leerlingen en hun ouders.